Fabels en feiten

Fabel: Door diëten die een royale consumptie van vetrijke vleessoorten en zuivelproducten bevorderen, stijgt het cholesterolniveau wat uiteindelijk tot hartaandoeningen leidt.

Feit: Een steeds groeiende groep wetenschappelijke publicaties toont aan dat een koolhydraatbeperkt menu, als dat op de juiste wijze wordt gevolgd, de gezondheid van het hart bevordert en de klinische parameters verbetert. Meestal gaan triglycerideniveaus omlaag, waardoor één van de grootste risicofactoren voor hartaandoeningen drastisch vermindert. Bovendien gaat bij een koolhydraatrijk dieet het triglycerideniveau in het bloed omhoog en het HDL-niveau omlaag. Deze beide verschijnselen worden in verband gebracht met een groter risico op een myocardinfarct, ischemische hartaandoeningen en coronaire hartaanvallen. (6) Bovendien hebben diverse klinische onderzoekers aangetoond dat een hoog triglyceride- en een laag HDL-niveau (dus niet alleen cholesterol) de belanrijkste factoren kunnen zijn voor hartaandoeningen en beroertes. (24-28)

Fabel: Je valt met de Atkins Voedingsmethode™ alleen af omdat het aantal calorieën beperkt is.

Feit: Hoewel sommige mensen die de Atkins Voedingsmethode™ volgen, minder calorieën eten dan daarvoor, doen ze dat niet omdat het programma de hoeveelheden die men mag eten sterkt beperkt. Mensen die Atkins doen, eten soms minder calorieën omdat zij minder honger hebben en niet meer zo'n voedselobsessie hebben. Maar het is ook belangrijk om te begrijpen dat iemand die Atkins doet 1.800 tot 2.000 (en mannen kunnen vaak nog meer eten) calorieën per dag kan eten en nog afvalt, een resultaat dat men op een vetarm regime nooit krijgt.

De consumptie van minder calorieën treedt om twee redenen op:

  1. Als uw bloedsuiker de hele dag stabiel is, krijgt u minder onbedwingbare trek of een onterecht hongergevoel.
  2. Iemand die Atkins doet eet voedingsmiddelen zoals vlees, vis, kaas, noten, eieren, groente met weinig vruchtensuiker en zetmeel, en fruit. Al deze voedingsmiddelen zijn minder bewerkt, voedzamer en verzadigen sneller dan het gebruikelijke menu voordat men aan Atkins begon. Als een lichaam minder lege calorieën krijgt en meer alternatieven met een hoog gehalte aan voedingsstoffen, dan zal het natuurlijk eerder verzadigd zijn en minder voedsel nodig hebben.

Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt het feit dat u met een koolhydraatbeperkt programma meer calorieën kunt consumeren en meer gewicht kunt kwijtraken dan met een vetarm dieet. Een recent onderzoek ontdekte dat, ondanks een grotere calorieën-consumptie, deelnemers aan een koolhydraatbeperkt programma aanzienlijk meer gewicht verloren dan de groep met het vetarme dieet en dat tegelijkertijd hun risicoprofiel voor hart en bloedvaten verbeterde. Het bleek ook dat de mensen op het koolhydraatbeperkte programma zich op lange termijn beter aan het programma hielden dan de mensen op het vetarme dieet. Een jaar later houden zeven van de acht deelnemers aan de koolhydraatbeperkte methode zich nog aan het programma, en niemand van het vetarme dieet. (1)

Fabel: Het gewichtsverlies bij de Atkins Voedingsmethode™ is voornamelijk water, geen vet.

Feit: Zoals bij elk gewichtsverliesprogramma, inclusief de inductiefase van Atkins, bestaat het gewichtsverlies tijdens de eerste dagen (of zelfs de eerste week) voornamelijk uit water (diurese). Bij een koolhydraatbeperkt programma met voldoende voedingsvet, schakelt het lichaam na diurese over van het verbranden van koolhydraten en gaat in de eerste plaats het opgeslagen vet (en tegelijkertijd het vet in de voeding) verbranden voor energie en dit leidt tot gewichtsverlies. Bovendien is het verdwenen gewicht voornamelijk vet, geen spiermassa.

Fabel: Ketose is gevaarlijk en veroorzaakt allerlei medische problemen.

Feit: Ketonen zijn een van de twee brandstofleverende stoffen in ons lichaam -- de andere is glucose. Atijd als uw lichaam gebruik maakt van uw alternatieve metabolische brandstof (opgeslagen lichaamsvet), dan bestaan de bijproducten uit ketonen.

Als u de koolhydraatconsumptie beperkt, zoals u tijdens de inductiefase van Atkins doet, komt het lichaam in de vetverbrandende stand: lipolyse. Bijproducten van lipolyse zijn ketonen en het proces waarbij zij gevormd worden, heet ketose. Lipolyse en ketose zijn allebei volkomen normale en natuurlijke functies van het lichaam. Hoe meer ketonen u afscheidt, hoe meer vet u hebt verbrand. Helaas wordt ketose vaak verward met ketoacidose, een aandoening die wordt aangetroffen bij diabetici bij wie het bloedsuikerniveau ontregeld is, bij alcoholisten en bij mensen die verhongeren.

Onderzoek bij patiënten bij wie gedurende een maand de stofwisseling op zaal werd geobserveerd, toont aan dat ketose een goedaardig verschijnsel is zonder complicaties of bijverschijnselen. Het onderzoek documenteerde cardiologische (hart-), renale (nier-), hepatische (lever-) en hematopoëtische (bloed-) functies in de patiënten en heeft geen nadelige effecten aangetroffen. (2) Bovendien zijn dergelijke complicaties nooit aangetroffen in 40 jaar klinische praktijk, inclusief duizenden patiënten bij het Atkins Center. Andere onderzoeken tonen aan dat de gezondheid van het bot niet werd aangetast (6-13), dat de nierfunctie stabiel was bij een koolhydraatbeperkt dieet (3, 14-16) en dat zelfs in specifieke wetenschappelijke publicaties over hyperlipidemie (verhoogd cholesterol- en triglyceridenniveau) verbeterde waarden zijn aangetoond als een koolhydraatbeperkt dieet werd gevolgd. (1- 4, 6, 17-23)

Fabel: Omdat er geen fruit, groente en graan wordt gegeten, krijgt men bij Atkins een tekort aan voedingsstoffen.

Feit: Bij de Atkins Voedingsmethode™ wordt wel fruit, groente en graan gegeten. De begin- of inductiefase van Atkins, die men vaak voor het hele programma aanziet, is de strengste fase, waarin 20 gram koolhydraten per dag is toegestaan. Die 20 gram zit echter in maximaal 300 gram groene salade per dag, en kan ook zeer voedzame, vezelrijke groenten zoals broccoli, asperges, aubergine en spinazie inhouden.

Een voorbeeld van een inductiemenu dat 2.000 calorieën en 20 gram koolhydraten bevat werd met behulp van het zeer goed bekend staande Nutritionist V programma geanalyseerd. Uit de resultaten van de analyse bleek dat het menu aan de dagelijkse advieshoeveelheden voor de meeste vitamines, mineralen en sporenelementen voldeed of deze zelfs overschreed. Als de inductie eenmaal is voltooid en de volgende fase van het programma is begonnen, kan de hoeveelheid koolhydraten verhoogd worden. Dit betekent meer voedzame groene bladgroente en laag-glykemisch fruit zoals aardbeien, waardoor ruim aan de behoefte aan vezels voldaan wordt. In de pre-handhavings- en levenslange handhavingsfase kunnen de meeste mensen weer volkoren graan in hun dieet opnemen.

Fabel: De Atkins Voedingsmethode™ veroorzaakt constipatie omdat er geen vezels gegeten worden.

Feit: De Atkins Voedingsmethode™ bevat vezelrijke voedingsmiddelen zoals spinazie, aubergine, broccoli, asperges en bladgroente. Na de inductiefase bevat het programma ook laag-glykemisch fruit zoals bessen en aardbeien. Bovendien wordt er een vezelsupplement zoals tarwezemelen of lijnzaad aanbevolen als er tijdens de inductie behoefte aan meer vezels bestaat. Deze supplementen zijn niet nodig in de fase voortgezet gewichtsverlies en daarna omdat dan meer fruit en groente wordt geïntroduceerd.

Fabel: Het is onmogelijk om op lange termijn het gewichtsverlies bij de Atkins Voedingsmethode te handhaven.

Feit: Atkins is een koolhydraatbeperkte voedingsmethode die permanent gezonde voedingsgewoonten bevordert. Het volledige programma bestaat uit vier fasen, waarin de koolhydraatconsumptie geleidelijk verhoogd wordt en waarbij iedereen zijn of haar persoonlijke koolhydratenniveau kan vinden waarbij men op gewicht blijft. De afwisseling in voedingsmiddelen die bij Atkins is toegestaan, zorgt voor een ongecompliceerd menu dat nooit verveelt en waardoor mensen gemotiveerd blijven om hun eetpatroon voor altijd te veranderen.

Fabel: Mensen die de Atkins Voedingsmethode™ volgen, hebben soms last van vermoeidheid.

Feit: Vermoeidheid kan optreden in de eerste paar dagen dat u Atkins doet, terwijl het lichaam zich aanpast aan het overschakelen naar een andere stofwisseling. Het duurt meestal drie tot vier dagen voordat het lichaam van de suikerstofwisseling is overgeschakeld naar de vetstofwisseling. Na deze overgang, zolang men geen maaltijden overslaat, heeft men meestal de hele dag veel energie en een helder hoofd omdat de bloedsuiker gestabiliseerd is.

Fabel: De Atkins voedingsmethode schiet tekort in botopbouwende kalk.

Feit: Bij Atkins eet men verschillende voedingsmiddelen die veel kalk bevatten, bijvoorbeeld kaas en groente zoals broccoli en spinazie. De korte- en lange-termijn effecten op de kalkstofwisseling van een dieet met veel vlees tonen aan dat er tijdens de hoge vleesconsumptie geen belangrijke veranderingen van het kalkevenwicht aanwezig zijn, en ook geen enkele belangrijke verandering van de darmabsorptie van kalk. (7)

Fabel: Atkins bevat veel vet en we weten allemaal dat vet de galblaas ziek maakt.

Feit: Er bestaat nu overweldigend bewijs dat galstenen (verantwoordelijk voor meer dan 90 procent van de galblaasaandoeningen) worden gevormd als men weinig vet eet. Twee aparte onderzoeken hebben aangetoond dat 25 procent van de deelnemers op een ultra-vetarm dieet galstenen ontwikkelden, en bij een derde onderzoek, waarin het effect van een dieet dat per dag 27 gram vet leverde werd onderzocht, bleek dat 13 procent van de deelnemers galstenen ontwikkelden (29). De reden is dat de galblaas zich alleen samentrekt als er vet wordt gegeten, en als de blaas zich niet samentrekt, ontwikkelt zich een aandoening die biliaire stasis wordt genoemd, waarbij de gal tot stenen kristalliseert. Als de galblaas actief blijft, wordt voorkomen dat zich stenen vormen.

  1. Sondike, S.B., Copperman, N.M. and Jacobson, M.S., “Low Carbohydrate Dieting Increases Weight Loss but not Cardiovascular Risk in Obese Adolescents: A Randomized Controlled Trial,” Journal of Adolescent Health, 26, 2000, page 91.
  2. Young, C.M., Scanlan, S.S., Im, H.S. et al., “Effect on Body Composition and Other Parameters in Obese Young Men of Carbohydrate Level of Reduction Diet,” The American Journal of Clinical Nutrition, 24, 1971, pages 290-296.
  3. Willi, S.M., Oexmann, M.J., Wright, N.M. et al., “The Effects of a High-Protein, Low-Fat, Ketogenic Diet on Adolescents with Morbid Obesity: Body Composition, Blood Chemistries, and Sleep Abnormalities,” Pediatrics, 101(1), 1998, pages 61-67.
  4. Avery, N.G., Volek, J.S., Gomez, M.R. et al., “The Effects of a Ketogenic Diet on Body Composition in Normal Weight Men,” Abstract of the 48th Annual American College of Sports Medicine; Abstract #3326, Baltimore, Maryland, May 31-June 2, 2001.
  5. Phinney, S.D., Bistrian, B.R., Wolfe, R.R. et al., “The Human Metabolic Response to Chronic Ketosis Without Caloric Restriction: Physical and Biochemical Adaptation,” Metabolism, 32(8), 1983, pages 757-768.
  6. Spencer, H., Kramer, L., Osis, D. et al., “Do Protein and Phosphorus Cause Calcium Loss?” Journal of Nutrition, 118(6), 1988, pages 657-660.
  7. Heaney, R.P., “Excess Dietary Protein May not Adversely Affect Bone,” Journal of Nutrition, 128(6), 1998, pages 1054-1057.
  8. Spencer, H., Kramer, L., Osis, D., et al., “Do Protein and Phosphorus Cause Calcium Loss?” Journal of Nutrition, 118(6), 1988, pages 657-660.
  9. Spencer, H. and Kramer, L., “Osteoporosis, Calcium Requirement, and Factors Causing Calcium Loss,” Clinical Geriatric Medicine, 3(2), 1987, pages 389-402.
  10. Moriguti, J.C., Ferriolli, E. and Marchini, J.S., “Urinary Calcium Loss in Elderly Men on a Vegetable:Animal (1:1) High-Protein Diet,” Gerontology, 45(5), 1999, pages 274-278.
  11. Wolf, R.L., Cauley, J.A., Baker C.E. et al., “Factors Associated with Calcium Absorption Efficiency in Pre- and Perimenopausal Women,” The American Journal of Clinical Nutrition, 72(2): 466-471, 2000.
  12. Spencer, H., Kramer, L., Osis, D. et al., “Effect of a High Protein (Meat) Intake on Calcium Metabolism in Man,” The American Journal of Clinical Nutrition, 31, 1978, pages 2167-2180.
  13. Heaney, R.P., “Dietary Protein and Phosphorous Do not Affect Calcium Absorption,” The American Journal of Clinical Nutrition, 72(3), 2000, pages 758-761.
  14. Skov, A.R., Toubro, S., Bülow, J. et al., “Changes in Renal Function During Weight Loss Induced by High vs. Low-Protein, Low-Fat Diets in Overweight Subjects,” International Journal of Obesity, 23, 1999, pages 1170-1177.
  15. Bellomo, R., Seacombe, J., Daskalakis, M.. et al., “A Prospective Comparative Study of Moderate Versus High-Protein Intake for Critically Ill Patients with Acute Renal Failure,” Renal Failure, 19(1), 1997, pages 111-120.
  16. Blum, M., Averbuch, M., Wolman, Y. et al., “Protein Intake and Kidney Function in Humans: Its Effect on Normal Aging,” Archives of Internal Medicine, 149(1), 1989, pages 211-212.
  17. Newbold, H.L., “Reducing the Serum Cholesterol Level with a Diet High in Animal Fat,” Southern Medical Journal, 81(1), 1988, pages 61-63.
  18. Wolfe, B.M., “Potential Role of Raising Dietary Protein Intake for Reducing Risk of Atherosclerosis,” Canadian Journal of Cardiology, 11(Supplement G), 1995, pages 127G-131G.
  19. Gillman, M.W., Cupples, L.A., Millen, B.E. et al., “Inverse Association of Dietary Fat with Development of Ischemic Stroke in Men,” Journal of the American Medical Association, 278(24), 1997, pages 2145-2150.
  20. Cerami, A., Vlassara, H., Brownlee, M. et al., “Protein Glycosylation and the Pathogenesis of Atherosclerosis,” Metabolism, 34(12 Supplement 1), 1985, pages 37-42.
  21. Cerami, A., Vlassara, H., Brownlee, M. et al., “Role of Nonenzymatic Glycosylation in Atherogenesis,” Journal of Cellular Biochemistry, 30(2), 1986, pages 111-120.
  22. Nelson, G.J., Schmidt, P.C. and Kelley, D.S., “Low-Fat Diets Do not Lower Plasma Cholesterol Levels in Healthy Men Compared to High-Fat Diets with Similar Fatty Acid Composition at Constant Caloric Intake,” Lipids, 30 (11), 1995, pages 969-976.
  23. Reaven, G.M. and Hoffman, B.B., “Hypertension as a Disease of Carbohydrate and Lipoprotein Metabolism,” The American Journal of Medicine, 87(supplement 6A), 1989, pages 6A-2S-6S.
  24. Gaziano, J.M., Hennekens, C.H., O'Donnell, C.J. et al., “Fasting Triglycerides, High-Density Lipoprotein, and Risk of Myocardial Infarction,” Circulation, 96(8), 1997, pages 2520-2525.
  25. Austin, M.A., Hokanson, J.EE.,E., Edwards K.L. et al., “Hypertriglyceridemia as a Cardiovascular Risk Factor,” American Journal of Cardiology, 81(4A), 1998, pages 7B-12B.
  26. Pieke, B., von Eckardstein, A., Gülbahce, E. et al., “Treatment of Hypertriglyceridemia by Two Diets Rich Either in Unsaturated Fatty Acids or in Carbohydrates: Effects on Lipoprotein Subclasses, Lipolytic Enzymes, Lipid Transfer Proteins, Insulin and Leptin,” International Journal of Obesity, 24(10), 2000, pages 1286-1296.
  27. Abbasi, F., McLaughlin T., Lamendola, C. et al., “High Carbohydrate Diets, Triglyceride-Rich Lipoproteins, and Coronary Heart Disease Risk,” American Journal of Cardiology, 85, 2000, pages 45-48.
  28. Stavenow, L. and Kjellstrom, T., “Influence of Serum Triglyceride Levels on the Risk for Myocardial Infarction in 12,510 Middle Aged Males: Interaction with Serum Cholesterol,” Atherosclerosis, 147, 1999, pages 243-247.
  29. Spirt, B.A., Graves, L.W., Weinstock, R. et al., “Gallstone Formation in Obese Women Treated by a Low-Calorie Diet,” International Journal of Obesity and Related Metabolic Disorders, 19(8), 1995, pages 593-595.

Bron: Het Atkinscentrum

Print deze pagina. Terug naar de voorpagina van Atkinslijn.